Neolamprologus leleupi

Deze vis heette voorheen ‘Lamprologus leleupi’. Hij is ook wel bekend onder de naam ‘citroencichlide’, niet te verwarren met de Zuid-Amerikaanse cichlide met dezelfde naam.

In het wild worden deze vissen maximaal 10 cm lang. In het aquarium kan hier 1 of 2 cm bij komen. Vanwege de uitgesproken, vaak felgele kleur, het gedrag en de beperkte afmetingen van deze soort is hij geschikt voor veel Tanganyika-aquaria. De soms sterke onderlinge agressie illustreert echter dat een aquarium van 150 cm. geen overbodige luxe is.

Kweek
De kweek van deze vis is niet altijd even gemakkelijk: zo zijn er verhalen dat ervaren cichlidenliefhebbers al tijden tegen baltsgedrag aan zitten te kijken zonder enig resultaat, terwijl een leek zomaar ineens een aantal jongen heeft rondzwemmen. Ze zetten hun eieren liefst af in een holte (een groot slakkenhuis kan hier prima dienst doen). Dat zijn er tussen de 50 en 200. Het wat kleinere vrouwtje zorgt voor de eitjes terwijl het mannetje de omgeving bewaakt. De vrouwtjes willen nog wel eens de eitjes opeten.

(Een jong van N. leleupi dat al op kleur begint te komen, 4 maanden oud, 2,5 cm.) 

Om een zo groot mogelijk aantal jongen over te houden, is het zaak binnen een paar dagen het voorwerp met de eitjes in een apart bakje onder te brengen. De larfjes kunnen na verteren van de dooierzak gevoerd worden met artemia en later met gezeefde cyclops (ingevroren te koop) en fijngewreven droogvoer. Wanneer meerdere vrouwtjes in een bak aanwezig zijn, kan het zijn dat het mannetje bij verschillende vrouwtjes een nest heeft.
Indien de ouders onervaren zijn of ze worden gestoord tijdens de broedzorg, kan het gebeuren dat het vrouwtje het legsel opeet. Ook kan het gebeuren dat het mannetje het vrouwtje tijdens de broedzorg verjaagd uit de omgeving van het nest. Het mannetje blijft de omgeving verdedigen.

Bijzonderheden
Neolamprologus leleupi wordt vaak verward met Neolamprologus longior. De vissen lijken ook veel op elkaar maar er zijn subtiele verschillen waarneembaar.
Puur geografisch gezien is het onderscheid makkelijk te maken. N. leleupi komt voor aan de westkust; van Moba, ongeveer halverwege het meer, tot Uvira helemaal in het noorden. N. longior komt juist voor aan de oostkust tussen de Malagarasi rivier en de Ifume rivier waartussen ook Mahale National Park zich bevind.
Uiterlijke verschillen zijn er ook. N. leleupi is een forsere vis waarbij volwassen mannelijke exemplaren zelfs een bult op hun kop kunnen krijgen. N. longior is eleganter gebouwd en zullen geen bult hebben.
Omdat in het verleden niet bekend was dat we met twee verschillende soorten te maken hebben zijn de soorten door elkaar gegooid waardoor hybriden zijn ontstaan. Veel in het aquarium gehouden “leleupi’s” zijn longior’s maar vaker nog een hybride vorm.