ontstaan |
Dit is een zogenaamde "factorenziekte". Er zijn meerdere dingen van invloed van belang bij het ontstaan van de ziekte. Deze factoren hebben vaak onderling weer met elkaar te maken. De belangrijkste factoren zijn stress en verkeerde voeding. |
verschijnselen |
![]() De vissen krijgen spijsverteringsproblemen en hangen donker gekleurd en schommelend in een hoekje, of ze verstoppen zich en vertonen gestresst gedrag. Ze hebben witte en/of slijmerige ontlasting, en halen zwaar adem. Ze eten niet, happen naar het voer zonder iets binnen te krijgen of ze spuwen het voer steeds weer uit. Ze kunnen binnen 24 uur sterven indien het een acuut ziektegeval is. De buik kan opgezwollen zijn zoals op de foto: dit heet 'bloat' in het Engels. De ziekte bestaat uit twee componenten, die al dan niet tegelijk kunnen optreden: een bacteriële infectie, en/of een infectie met flagellaten waardoor de witte ontlasting ontstaat. LET OP: lang niet alle verschijnselen hoeven (tegelijkertijd) voor te komen. Indien de ziekte zeer snel verloopt hoeft de witte of slijmerige ontlasting niet zichtbaar te zijn. |
behandeling |
Omdat het hier om een besmettelijke ziekte gaat, moet de hele bak behandeld worden. Zet een zieke Tropheus nooit zomaar apart: het is moeilijk deze, eenmaal genezen, weer in de groep te herintroduceren. Om de flagellaten (eencellige parasieten) te bestrijden wordt het anti-parasitaire medicijn Flagellex of Flagyl ingezet. Dit zijn middelen op basis van dimetridazol of metronidazol. De bacteriële infectie kan bestreden worden met Sera Bactopur-Direct of Aquamor-1 (beiden met nifurpirinol als werkzame stof). Deze medicijnen kunnen worden gecombineerd bij een hardnekkige of zware infectie. Bij herhaalde behandelingen van kweekgroepen moet enige voorzichtigheid in acht worden genomen: metronidazol en dimetridazol schijnen verminderde vruchtbaarheid te kunnen veroorzaken. |
preventie |
- juiste voedering: alleen Spirulina-vlokken, en evt. af en toe, in kleine beetjes, cyclops. Ontdooid, natuurlijk. Er zijn veel mensen bij wie het met ander voedsel ook lukt, maar de ervaring leert dat bovenstaand voedsel het minst vaak problemen geeft. |
ontstaan |
Witte stip is één van de meest bekende visziekten. Wanneer er stress is (slecht water, nieuwe vissen, vervoeren, etc. etc.) daalt de effectiviteit van het immuunsysteem: de vis wordt vatbaar voor ziekten. Huidparasieten kunnen jeuk of irritatie veroorzaken, waardoor de vissen gaan schuren. Wanneer je vermoedt dat een vis ziek is (ook zal zie je nog geen uiterlijke kenmerken): apart zetten of heel scherp in de gaten houden. De ziekte uit zich door de aanwezigheid van witte wtipjes op huid en vinnen, de stipjes zijn nog geen mm. groot. In de beginfase zullen er enkele stipjes op de vissen te zien zijn, en dag later kan dat al een explosie van stipjes zijn. Elke stip bestaat uit een parasiet, met daaromheen verdikte slijmlaag. Vaal wordt er met een beschuldigende vinger naar de winkelier gewezen als oorzaak van een stip-uitbraak; dat is in veruit de meeste gevallen onterecht: het vervoeren en overwennen naar het eigen aquarium, waar bijna altijd al stip-parasieten wachten op hun kans, levert voldoende stress op om de ziekte tot uiting te laten komen. |
verschijnselen |
De ziekte uit zich door de aanwezigheid van witte stipjes op huid en vinnen, de stipjes zijn nog geen mm. groot. In de beginfase zullen er enkele stipjes op de vissen te zien zijn, en dag later kan dat al een explosie van stipjes zijn. Elke stip bestaat uit een parasiet, met daaromheen verdikte slijmlaag. Aangetaste vissen zullen weinig eetlust hebben, een beetje apathisch gedrag vertonen, en met de vinnen knijpen. Opvallend is dat vaak slechts één of enkele vissoorten in het aquarium de ziekte vertonen. |
behandeling |
De parasiet kent een vermenigvuldigingscyclus, waarbij uit één parasiet vele nakomelingen kunnen komen; de naam "multifiliis" betekent dan ook "vele zonen". De cyclus kent een fase op de vis, een fase op de bodem en een vrijzwemmende fase. De behandeling is erop gericht tegen elke fase in actie te komen. Allereerst moet de aquariumtemperatuur verhoogd worden naar 30-32 graden Celsius. Dat lijkt erg hoog, maar met een goede extra (!) zuurstofvoorziening kunnen voor zover bekend alle Tanganyikacichliden daar goed tegen. Tijdelijk mondjesmaat voeren: de eetlust is er niet, en met een hogere temperatuur is voeding extra ballast voor het water. Daarnaast moet er zout aan het water toegevoegd worden: 2-3 gram per liter water. Neem daarvoor jodiumvrij zout (NeZo is prima). Los dit op in een emmer warm water en voeg dit in een periode van enkele uren langzaam toe. Tot slot is het goed dagelijks de bodem af te hevelen. Na een dag of 10 enkele waterverversingen om de situatie te normaliseren. Alles geleidelijk, ook de temperatuur omlaag brengen. Anders krijg je stress, en van stress krijg je... stip! Over het algemeen hebben deze maatregelen goed effect. Een enkele keer kan het voorkomen dat een stip-parasiet de hoge zoutconcentratie goed kan verdragen. Doseer dan na met FMC. |
preventie |
- voorkom stress: nieuwe vissen rustig overwennen |
ontstaan |
Om te beginnen zijn veel Tanganyikacichliden zuurstofliefhebbers: ze leven op plaatsen waar de wateren rijkelijk van zuurstof voorzien zijn. Dat is in de hogere waterlagen, in de buurt van de kust en dus in de buurt van de branding. Zuurstofgebrek kan ontstaan door onvoldoende zuurstofuitwisseling aan het wateroppervlak, een te hoge temperatuur, overbevolking van het aquarium of problemen met de zuurstofopname door de vis (zie kieuwworm). |
verschijnselen |
- hangen onder het wateroppervlak |
behandeling |
De behandeling bestaat uit het wegnemen van de oorzaak of oorzaken. Laat de temperatuur, indien nodig, geleidelijk dalen door het thermostaat anders in te stellen. Het toevoegen van koud water veroorzaakt een te snelle temperatuurdaling. Sluit een luchtpomp aan met een bruissteentje, zorg dat de uitstroom van het filter genoeg stroming veroorzaakt aan het wateroppervlak. |
preventie |
Zorg bij de opzet van de bak voor een goede stroming: een sterke pomp, dus. Laat de uitstroomopening net onder het wateroppervlak uitmonden, niet diep in de bak. Een diffusor kan ook gebruikt worden. Een biologisch filter met een druppelsysteem is ook goed voor de zuurstofverzadiging van het water. |
ontstaan |
Uit het volgende rijtje komen vaak meerdere factoren voor: |
verschijnselen |
- zwaar ademen |
behandeling |
- ververs onmiddellijk 50% water (van max. de bestaande watertemperatuur, zeker NIET hoger, 2 graden lager kan veel minder kwaad
- dag erna weer water verversen |
preventie |
- nieuwe bak enkele weken laten draaien op temperatuur en met planten |
ontstaan |
Ammoniak (NH3), is de opgeloste vorm van ammonium (NH4+), dat we de geïoniseerde vorm noemen. De ene vorm kan snel in de andere vorm overgaan, zodat de verhouding kan komen te verschuiven. Dat gebeurt bij een stijging of daling van de pH. Waar bij een pH van 7 slechts 1% van de stoffen in opgeloste vorm (NH3) is, zo is bij een pH van 9 wel 20% aanwezig in de vorm van NH3. En hierin schuilt dan ook het gevaar: NH3 is vele malen giftiger dan NH4+. Problemen kunnen dan ook ontstaan bij het (te) snel omhoog brengen van de pH. Met name vissen die in water met een hoge pH leven, komen eerder in de problemen door deze stoffen. |
verschijnselen |
Problemen uiten zich meestal door lusteloosheid van de vissen, ze liggen veelal op de bodem en eten niet meer. Soms happen de vissen naar lucht aan het wateroppervlak, alsof er sprake is van zuurstofgebrek. Ook kunnen vissen uit het water proberen te springen. Daarnaast is er rood/bruin-verkleuring van de kieuwen. Dat is het meest opvallend bij jonge en kleine vissen, waarvan de kieuwdeksels nog wat transparant zijn. Deze verkleuring kan ook op de huid of in de vinnen gezien worden. |
behandeling |
Stel eerst de juiste diagnose: meet de waterwaarden, en controleer temperatuur. Plaats een diffusor om zuurstofgebrek uit te sluiten. Zoek naar ophopingen van organische resten, voedsel en dode vissen. Plaats, indien mogelijk, de vissen in een ander, gezond, aquarium. Lukt dat niet: verversen in 3 keer 50% van het water. Indien mogelijk binnen een etmaal. Let op de juiste temperatuur en de pH. Verhoog de pH niet, buffer hooguit het toe te voegen leidingwater tot 7,5 indien leidingwater een te lage pH heeft. Blijf de dagen erna water verversen tot de testset geen ammoniak meer kan meten. Verversen op geleide van de waterwaarden! Zorg voor voldoende zuurstof in het water en filter: nitrificerende bacteriën gebruiken veel zuurstof bij de afbraak. Sluit een luchtpomp aan met een bruissteentje, zorg dat de uitstroom van het filter genoeg stroming veroorzaakt aan het wateroppervlak. |
preventie |
- meet regelmatig de waterwaarden met druppeltestjes |