Xenotilapia singularis![]() tekst: Bart Jansen - foto: Bart Jansen |
| De kweek van deze maternale muilbroeder is niet moeilijk. Het mannetje werpt op de bodem een walletje op. Temidden van deze wal wordt met veel gepronk, waaierend zwemgedrag en ander uiterlijk vertoon een vrouwtje verleid tot het afzetten van eitjes. Dat geschied in meerdere series, waarbij het vrouwtje de eitjes in de bek neemt. Na 3-4 weken worden de jongen uitgespuwd. Als het vrouwtje bij de broedzorg gestoord wordt, of het gezelschap bestaat uit vissen die de vis weinig rust geven, dan zal ze de jongen te lang dragen. Er worden uiteindelijk sterk vermagerde en uitgeputte jongen uitgepuwd die moeilijk op gang komen en meestal sterven. Indien er wel levensvatbare jongen zijn, dan doen deze het het best op een bodem van fijn zand, waar ze fijn voer en Artemia-naupliƫn voorgeschoteld krijgen. |
| Vanwege het 'zandhap'-gedrag van deze vis verdient het aanbeveling een fijne bodembedekking te nemen. Dit bijzondere gedrag komt dan volledig tot zijn recht. Omdat deze vissen in bepaalde situaties nogal paniekerig kunnen reageren (bv. het poetsen van de ruit met een magneet) is het zaak het aquarium goed af te sluiten en ervoor te zorgen dat er geen gaten zijn (even groot of groter dan de dikte van de vis). Ze zijn in geschrokken toestand in staat tot hoog uit het aquarium te springen. Aquariumgrootte vanaf 1.50 voor een enkele man en een paar vrouwen. Indien er meerdere mannen gehouden worden, is een aquarium vanaf 200 cm. aan te raden. |