Trematocara variabile Poll, 1952
aquarium (cm / ltr) |
vislengte (cm, m / v) |
aantal (m / v) |
agressie (0 tot +++) |
voedsel |
moeilijk (0 tot +++) |
| 100 / 160 |
9 / 8 |
2 / 4 |
+ |
carnivoor |
++ |

Tekst: Edin Mehmedbegovic
Algemeen
Trematocara variabile Poll, 1952, behoort tot de Trematocarini, een familie kleine tot middelgrote muilbroeders. De Trematocarini worden gekenmerkt door de sensoren welke zich rond de muil van het dier bevinden. Met behulp van deze sensoren kunnen de Trematocarini kleine schaaldiertjes en ongewervelden in de zandbodem vinden. Zodra deze opgespoord zijn, blijven de vissen stil zwemmen boven de prooi totdat ze snel hun kop in het zand steken en hun prooi verschalken. Aangenomen wordt dat Trematocara variabile een semi-diepwater vis is. Diverse duikers beschrijven dat de Trematocarini zich overdag in de diepere wateren van het Tanganyika meer bevinden en in de nachtelijke uren ondiep water opzoeken.
In een aquarium kleuren de visjes prachtig onder wit licht, het is daarbij aan te raden voldoende schaduw te creëren waar de dieren zich naar terug kunnen trekken. De vissen kunnen gevoerd worden met een mix van diepvries voer (artemia, cyclops, bosmiden) en fijn zinkend granulaat. Een zandbodem is noodzakelijk, daar T. variabile regelmatig voedsel zal zoeken op en in (!) de bodem.
|
Kweek
T. variabile is een muilbroeder, waarvan het vrouwtje gedurende 4-5 weken relatief grote, goudgele eieren vasthoudt. Mannetjes krijgen gedurende de paarperiode donkere horizontale strepen over het lijf. De mannetjes creĆ«ren kuilen van een doorsnee van ongeveer 10 centimeter en proberen met uiterlijk vertoon vrouwtjes te verleiden de kuil binnen te gaan. Andere mannetjes worden gedurende de paarperiode niet getolereerd in de buurt van de kuil. Zoals bij veel muilbroeders, zijn de eerste nesten vaak minder succesvol. De jongen kunnen op een dieet van Artemia-naupliën en fijn stofvoer worden grootgebracht. Het is raadzaam jongbroed apart onder te brengen, bijvoorbeeld in een drijvend kweekbakje.
|