Tropheus moorii![]() |
| Zoals alle Tropheussen is ook deze soort een muilbroeder, waar uitsluitend het wijfje zich om de broedzorg bekommert. Meestal worden 10 tot 15 eieren in een legsel waargenomen. Na vier tot vijf weken laat het wijfje de jongen vrij. Deze hebben inmiddels een lengte van ruim 15 mm. Bij gevaar neemt het wijfje nog een aantal dagen de jongen terug in de muil, maar al vlug weten de jongen zich in veiligheid te stellen in de nauwe spleten tussen de steenformaties. De jongen worden soms verspreid over een langere periode losgelaten. Zeker in geval van weinig rust in de bak probeert het vrouwtje een aantal jongen zo lang mogelijk in de bek te houden. Doordat de jongen wel groeien passen er steeds minder in haar bek en wordt er af en toe een jong niet meer teruggenomen. Mannelijke dieren kunnen nogal eens ruw met de vrouwtjes omgaan en hen agressief najagen en zelfs verwonden wanneer ze niet bereid zijn te paren. Daardoor kan het gebeuren dat een vrouwtje wordt gestoord in de broedzorg waardoor het nest niet succesvol wordt grootgebracht. Veel kwekers zijn gewoon na twee weken muilbroeden het vrouwtje uit te vangen en in een aparte bak onder te brengen. Nu kan ze na nog eens 2 weken in een rustige omgeving de jongen loslaten. Het 'strippen' van vrouwtjes (onder dwang openen van de bek zodat ze de jongen loslaat) wordt regel afgeraden: het levert veel en vooral onnodige stress op. Het vrouwtje kan hierbij beschadigd raken. Het schijnt ook dat de jongen met deze methode net na de geboorte de 'imprinting' mislopen. Hierdoor zouden de vrouwtjes op latere leeftijd slechte muilbroeders worden. In een aparte bak kan het vrouwtje nog 1-2 weken bij de jongen worden gelaten: ze kan aansterken om naar de groep terug te keren. Dit terugplaatsen is overigens niet eenvoudig omdat een 'nieuwe' vis vaak niet door de bestaande populatie wordt geaccepteerd. Niet accepteren resulteert dan in vele uitvallen van de andere vissen, niet zelden tot de dood leidend. Door de vrouw in de avonduren terug te plaatsen, de inrichting van de bak grondig te wijzigen en water te verversen lukt het beter de vrouw eer in de groep opgenomen te krijgen. De jongen kunnen worden grootgebracht met Artemia-naupliën, gezeefde cyclops en fijngewreven (plantaardig) droogvoer. |
Hierboven een foto van een bijna volwassen exmplaar (eveneens Moliro): er is nog wat van de jeugdige streeptekening te zien.
|