Altolamprologus compressiceps
|
| Ze zijn niet eenvoudig tot kweek aan te zetten, maar lukt het nu eenmaal, dan produceren ze bijna elke paar maanden een nest. Ze leggen in een holte tussen de rotsen of een (groot) slakkenhuis ongeveer 100-250 eitjes. Het hol wordt beschermd fel verdedigd tegen andere vissen door het vrouwtje, terwijl het mannetje het territorium bewaakt. De jonge vissen zijn groot te brengen met Artemia-naupliën en later fijn droogvoer en cyclops, muggenlarven etc. Het zijn langzame groeiers. Na een jaar meten ze slechts 5 centimeter. |
| Houdt er rekening mee, dat kleine vissen tot het menu van deze dieren behoren. Klein is in deze: wat in hun bek past. |